Ingedeeld onder: blog
Ik ben vandaag, vermits het mooi weer was, wat gaan wandelen in ‘t Citadelpark in Gent. En zoals steeds, als ik ga wandelen had ik mijn fototoestel mee. ‘t Zijn niet mijn beste foto’s, maar ‘t was al lang geleden dat ik nog eens wat online gezet had qua foto’s, dus bij deze:
Bovenaan deze pagina vind je een link naar de portfolio-pagina. Daar zullen regelmatig nieuwe fotoreeksen bijgeplaatst worden, dus ga zeker af en toe eens kijken.
Groetjes,
Tim
Ingedeeld onder: blog
Voor wie nog niet goed door heeft wat een blog is:
Wat er trouwens verteld wordt over samenwerken (en elkaar inspireren) met verschillende bloggers klopt volledig. Dit filmpje kwam ik bijvoorbeeld tegen op de blog van Hannes Monstrey. Voila, nu klopt het link-gedeelte ook.
Ingedeeld onder: blog
Professor Doom: “Na vijf Duvels is er nog niets aan de hand. Na acht Duvels begin je er iets van te voelen. Na twaalf Duvels word je zat. En na vijftien Duvels begin je te praten zoals iemand van die faculteit Rechten”
Wellicht is deze uitspraak het gevolg van het feit dat de colleges van professor Doom (sociale en politieke leerstelsels) sinds een tijdje zijn afgeschaft op de faculteit Rechten.
Ingedeeld onder: blog
Omdat het gisteren (relatief) goed weer was, ik pas namiddag les had, en geen zin had om een boek open te slaan, ben ik centrum Gent nog maar eens ingetrokken. Het ideale moment dacht ik: “nu zijn die scholierkes allemaal op school, de oudjes blijven liever in hun stoffige en muffe serviceflats zitten omwille van het Smog-alarm en de vele bv’s in Gent komen toch hun bed niet uit voor 14 uur”. Op één minderhedengroep had ik weliswaar niet gerekend. In Sint-Truiden lijkt het een ras te zijn dat ooit, samen met de mammoeten, uitgestorven is, maar in Gent kweken de Oxfamjasjes dragende-, Unicef-stickerverkopende- en vragenstellende Greanpeace-enquêteurs zich razendsnel voort!
Het begon al aan de Fnac waar de immers vastgeroeste bedelaar zijn rieten bakje voor mijn neus duwde (mooi gevlochten model trouwens. Was dat nu de ongelooflijk populaire beggar-deluxe-edition, verkrijgbaar bij Blokker voor een enorm schappelijk prijsje?).
Wat verder in de Veldstraat (de naam “Veldstraat” is trouwens afkomstig van het feit dat heel wat enquêteurs net in die straat hun “veld”werk verrichten) kwam ik dan weer de onvermijdelijke Oxfamtrut tegen die me opnieuw een pakje chocolade wou verkopen. Ik moet wel toegeven, dat is superlekkere chocolade, maar 5 euro voor een pakje…. Voor je het weet kan je ook naar Blokker trekken voor zo’n beggar-deluxe-edition rieten mandje.
Ik was nog maar halfweg in de Veldstraat of een klein meisje (letterlijk, want ik schatte ze toch een jaar op 16) kwam naar me toe met de vraag of ik een paar vragen kon invullen in verband met de stad Gent. Ze waren op studiereisje blijkbaar, en moesten een hele vragenlijst invullen over alle bezienswaardigheden in Gent. Ik weet goed genoeg hoe saai dat is, zo’n vragenlijst invullen (dank je Atheneum!!!) en dus hielp ik dat meisje (en de twee puisterige slungels die er inmiddels ook waren komen bijstaan). De vraag luidde “zoek het gedichtje dat je op de Graslei/Korenlei terugvind, schrijf het op en probeer de betekenis ervan te vinden!” Natuurlijk wist ik het antwoord, maar vooraleer de kindertjes uit hun lijden te verlossen, schreef ik zelf een klein vraagje op hun papier speciaal gericht aan hun leerkracht: “Waarom moeten uw leerlingen de betekenis van een gedicht achterhalen terwijl u zelf nog dt-fouten schrijft?” Met de gedachte dat die leerkracht bij het lezen van die vraag in schaamte zou wegzinken wees ik de kindertjes de richting naar de graslei. Ik heb ze het zelfs nog extra makkelijk gemaakt door hun uit te leggen waar ze nu precies dat gedicht konden vinden: “Je moet op de rand van de “kade” gaan staan en heel goed in het water kijken. Als je het dan nog altijd niet ziet ga je nog maar een stapje vooruit!”. Vrolijk en tevree (dat is waarschijnlijk twee keer hetzelfde) huppelden de kleine vriendjes richting graslei met hoogstwaarschijnlijk een tussenstop in de MacDonalds om wat extra vettig voedsel voor hun pukkels op te slaan!
Ik kon eindelijk mijn tocht verder zetten, en vermits ik om 1 uur al terug les had moest ik me toch wat doorzetten. Ik wou eigenlijk maar op één plaatsje zijn vandaag: Sun Wah op de Vrijdagsmarkt.
Op mijn weg naar de Vrijdagsmarkt hebben nog vijf mensen aanstalte gemaakt om een enquête van me af te nemen, maar ik ben inmiddels al een getraind enquêteur-afschrikker! Ik heb de speciale gave om die enquêteurs van op een afstand op zo’n manier te bekijken, dat ze zich zelfs bijna excuseren voor naar me te kijken. Niet dat ik dan zo’n kwade blik heb ofzo hoor, integendeel, maar hij blijkt te werken. (wie in de leer wil komen, ik doceer een 10-lessenreeks voor de schappelijke prijs van 11 euro de les! De eerste les gaat door op maandag 24 februari in auditorium C in de Blandijn).
Eindelijk, ik was op de Vrijdagsmarkt en toen ik voor de deur van Sun Wah stond zei de vriendelijke stem van mijn ingebouwde TomTom “bestemming bereikt”. Let’s go shopping!
Voor wie geen Chinees is, niet graag Chinees eet (niet letterlijk een inwoner van China natuurlijk) en nooit eens goed rondkijkt op de Vrijdagsmarkt, Sun Wah is een Chinees grootwarenhuis. Wat vind je er? Heeumm, vrijwel alles wat een huis-, tuin- en kot-kok nodig heeft als hij of zij eens Chinees wil koken.
Je bent de voordeur nog niet gepasseerd of je waant je al in Beijing (hoewel het daar toch net iets drukker is denk ik). Er hangt bij Sun Wah een soort Oosterse lucht, letterlijk en figuurlijk, die zelfs Amy Winehouse in hogere sferen zou brengen. De zoete, wierook-achtige geur laat je zachtjes langs de Chinese werkneemsters glijden, recht naar de rekken met rijstmie, verse scampi of volledige stukken gember. En dat zijn zowat de weinige bekende dingen die je er zal tegenkomen. De rekken zijn gevuld met blikjes, bokalen, zakjes en pakjes met Chinese tekens erop en een fotootje waaruit je niet meteen kan opmaken of het nu gaat om het logo van het bedrijf dat die blikjes produceert, of de inhoud ervan. ‘k Ben wel nieuwsgierig naar wat er nu in die blikjes zit maar toch durf ik er nooit eentje in mijn mandje te leggen. Wie weet zit er wel iets keilekkers in, waar je de rest van je leven niet meer zonder kan, maar voor hetzelfde geld vind je er een of andere salmonella in terug, waar je de rest van je leven niet meer van af raakt! Hoewel dat laatste me zeer onwaarschijnlijk lijkt, vermits Sun Wah een ongelooflijk proper en degelijk warenhuis is, toch hebben die blikjes met Chinese opschriften iets schrikwekkend! Maar laat dat je absoluut niet afschrikken om de rest van de winkel door te zweven en ga gerust eens tot achterin het warenhuis waar je Chinese waaiers, kleding en andere “non-food” spullen vindt.
Zelfs het personeel is er authentiek, of wat had je anders verwacht? Aan de kassa word je vriendelijk verwelkomd met een 早晨好 en verneem je hoeveel je moet betalen door alle “l”-en te vervangen door “r”-ren. Al bij al spreken onze Chinese Sun Wah-vrienden goed Nederlands. Bewijs daarvan was een shoppende vrouw die haar beste Engels boven haalde om te vragen waar de sojasaus stond. Het ging ongeveer als volgt: “Wheeir can I vind the sojasaus? Waarop de Chinese werknemer vlotjes antwoordde: “Hier ‘t trapke op, en dan moe ge wel wa zoeke in ‘t rek, want het sta vree vanachter op de plank. Zal ‘k ik meegaan?” Je zou zeggen, alle Chinezen spreken Chinees, maar nie den dees!
Zo, ik had een voorraadje rijstmie ingeslagen, betaalde, wandelde buiten, richting kot terwijl ik onderweg dezelfde acht enquêteurs deskundig ontweek, nog steeds zwevende van de spirituele geur bij Sun Wah.
’s Avonds in het journaal:
“Vanmiddag is er een tragisch ongeval gebeurd in Gent. Een 16-jarig meisje verdronk in de Leie terwijl ze enthousiast een vragenlijst invulde over de bezienswaardigheden in de stad Gent. Eufrasie Vandenkastelen was samen met haar klas op schooluitstap. Twee van haar klasgenoten waren erbij toen het ongeval gebeurde. De politie vermoedt dat er kwaad opzet in het spel is en heeft de twee klasgenoten aangehouden op verdenking van doodslag. Meer daarover in latere journaals!”
Ingedeeld onder: blog
‘k Heb vandaag echt een jammere ontdekking gedaan!
Al sinds ik me kan herinneren is er een plekje op mijn kamer waar de
vloer net iets warmer is dan op andere plaatsen op mijn kamer. "Goh,
al mijn warmte-toverspreuken hebben dan toch iets opgeleverd! ik kan
dus echt toveren!" dacht ik toen ik dat plekje voor 't eerst ontdekte.
Al die jaren ben ik blijven geloven in mijn toverkunst. Ik heb zelfs
op het punt gestaan een duel aan te gaan met Harry Potter, maar die
vieroog durfde niet! Maar vandaag blijkt dat ik in dat duel hopeloos
veranderd zou zijn geworden in een kikker.
Toen ik hier vanavond rond liep vond ik op de gang toevallig nog zo'n
warm stukje vloer! "Een late reactie van de vloer op mijn toverspreuk
van toen ik een inimini Timmertje was (je weet het of niet maar
vloeren zijn de traagsten onder de woningbouwartikelen)" dacht ik.
Voor de zekerheid ging ik toch eens bij mama informeren of zij ook
voelde dat dat stukje vloer warmer was. En inderedaad: "ja, hier is de
vloer warmer. Maar dat komt omdat de buizen voor de verwarming daar
onder lopen". "Zie je wel dat ik echt kan tove…. Heu? Buizen voor de
verwarming? Onder mijn kamer ook?" vroeg ik. "Ja, daar ook."
Dat was het dan. Ik wist tot op de dag van vandaag zo zeker dat ik kon
toveren, maar blijkbaar heb ik me al die tijd vergist
.
Eigenlijk had ik het kunnen weten eh. Al tien jaar probeer ik de
balletjes die uit dat Lotto-machine komen te betoveren, maar nooit heb
ik iets gewonnen, er is nog altijd geen wereldvrede en Ann Van Elsen
is nog altijd niet the girl nextdoor (letterlijk).
Dan maar dromen, zoals elke normale sterveling….
Ingedeeld onder: blog
Speciale Valentijnsquote van professor Doom:
“Valentijn is de dag waarop elke getrouwde man een cadeautje koopt voor zijn buurvrouw”
Ingedeeld onder: blog
Schitterend!:
Let op de gelijkenissen (vooral de details zoals de tekeningen op de muur):
Ingedeeld onder: blog
‘t Is vreemd dat er nog nooit uitgerekend is hoe groot de kans is dat je op een reclameblok terecht komt wanneer je naar een willekeurige teeveezender zapt (John Lievens, be my guest).
Maar we moeten het aanvaarden, reclame was er, is er, en zal er blijven, maar waarom moeten die reclameboodschappen onderling toch altijd een wedstrijd houden in “irritantigheid” (ik weet het, dat is geen Nederlands maar wie spreekt er nog A.N. tegenwoordig?). Ofwel komen er proefbuisjes in beeld met een prop “vuiligheid” erin, die zonder enige moeite wordt opgelost door een of ander product, terwijl “product X” er na al die jaren nog steeds niet in slaagt een doorgang te forceren. ‘t Is toch bewonderenswaardig dat “product X” nog steeds geproduceerd wordt, zelfs in deze tijd waarin het ene na het andere bedrijf overkop gaat!
En als het dan een keer niet over een befaamde “vlekkenverwijderaars” gaat, is er altijd wel een of ander kind (groot of klein) dat met een overdreven gevoel voor smaak zijn snoepje opeet, of een kat (speciaal gecast voor de zware taak) die elke keer weer voor dat walgelijke blikje Whiskas kiest!
Maar zowel Dash, Kinderbueno als Jamba (laat me daar niet over beginnen alsjeblief) wegen niet op tegen de irritantste reclame van allemaal: die van de zender zelf!
Vooral vt4 en kanaal2 zijn kanjers in het honderduizendmilljard keer herhalen van reclame voor hun programma’s. Zo loopt er NOG STEEDS de spot voor het programma “De Hondenfluiteraar”. Elk reclameblok opnieuw wordt eens extra duidelijk gemaakt hoe ongehoorzaam en LUID die beestjes wel zijn! Gegrom, geblaf, gebijt, het gaat maar door! Je zou geneigd zijn zelf de “hondenfluisteraar” te bellen om eindelijk die ellendige keffer op je teevee, die steeds in de helft van je favoriete programma begint te blaffen, af te richten, of beter nog, naar de dierenarts te brengen voor lief, vriendelijk en pijnloos prikje (al dan niet met terminale gevolgen).
Een ding wordt er door zulke reclames wel duidelijk: dat twee teeveeprogramma’s die op het eerste zicht compleet verschillend zijn, eigenlijk volledig hetzelfde format hebben. Vergelijk “De Supernanny” nu eens met “De Hondenfluisteraar”. Vervang in het eerste nu eens de kinderen door honden. Voilà, je krijgt hetzelfde programma! Aan de ene kant krijsende ongehoorzame kinderen (of hoe je die enkelbijters ook mag noemen) en aan de andere kant blaffende honden. Zelfs de “experts” zijn quasi hetzelfde. Zeggen Wendy Bosmans en Hilde Quisquater immers niet hetzelfde: “we moeten de baasjes opvoeden!”?
Wat ga ik blij zijn als de klok morgen half 10 slaat en “De Hondenfluisteraar” eindelijk op teevee is. Dan zijn we eindelijk van die reclame af. Al is het maar een kwestie van tijd vooraleer we ons kunnen ergeren aan de reclame voor de volgende uitzending die waarschijnlijk al vanaf donderdag elk reclameblok opvrolijkt.


