Ingedeeld onder: blog
De bloemetjes bloeien, de vogeltjes zingen, de toeristen terroriseren, en het zonnetje… zont?… neen, het zonnetje schijnt!
‘t Is veel te mooi weer om de hele dag binnen te zitten, eventueel achter een boek van sociale en politieke leerstelsels, of andere miserie. Neen, dit Timmetje moest en zou genieten van de zon.
Daarom toverden Rivka en ik ons om tot toerist. Dat is niet moeilijk. Gewoon een beetje zotjes doen (een “123 huppel” bijvoorbeeld) en je gewoon laten neerploffen in het zand. Dat laatste kan natuurlijk alleen als je naar de zee gaat. En dat hebben we dus gedaan.
Eerst eventjes (dat is relatief) getreind tot in Gent, iets gegeten, valiezen op kot afgezet, en verder getreind tot in Oostende. We waren niet de enige. De trein zat vol met mensen die zowat hetzelfde plan hadden als wij: zon, zee en strand in Oostende!
Goh, we waren snel in Oostende (in vergelijking met van Sint-Truiden naar Oostende rijden). En inderdaad, we waren niet de enigen. Vrijwel iedereen die zon, zee en strand verkoos boven het “hooggebergte van d’ Ardennen” en niet naar Blankenberge ging (de 65-plussers onder ons) was in Oostende.
Na een beetje op de dijk wandelen, kwamen we uiteindelijk toch een trap tegen die naar het koele zand leidde. Schoentjes uit, en teentjes in het zand! Vermits wandelen in mul zand toch wat te lastig bleek zochten we een vrij plaatsje Ostend-beach uit.
Uiteindelijk zijn we daar zo’n 4 uur blijven zitten, liggen en babbelen. En natuurlijk hebben we ook schelpjes geraapt. Diegenen die in de buurt lagen althans, want opstaan om een schelpje gaan op te rapen was toch wat teveel gevraagd.
Ik heb trouwens vier vreemde fenomenen ontdekt toen ik daar lekker in het zonnetje lag:
1) Is het normaal dat je geen kleuren meer kan zien wanneer je een tijdje (met je ogen toe) met je gezicht naar de zon toe ligt? Hmm, dat was toch eventjes een vreemde ervaring. Ik deed mijn ogen open en plots was heel Oostende gehuld in een zwart-wit tintje. Alleen enkele felle kleuren kon ik onderscheiden. Dat beeld deed me zowat denken aan de film Sin-City. Alles in het zwart-wit, op een paar fel rode en gele accenten na. Esthetisch gezien best leuk, maar of dat zo gezond is betwijfel ik toch.
2) Hoewel ik me overal goed ingesmeerd had met zonnecrème ben ik toch verbrand. Nee, niet in mijn nek of aan mijn neus zoals gewoonlijk, maar aan mijn voeten. Dat was natuurlijk de enige plaats die ik vergeten insmeren was. “Bwa, dat is toch zo erg niet” hoor ik je zeggen. Hmmm, probeer je schoenen maar eens aan te trekken!
3) Het is nogmaals bewezen dat West-Vlamingen een vreemd taaltje spreken. We lagen lekker rustig te relaxen (nja, gestresseerd relaxen is ook een beetje raar) toen we opeens iemand keihard “freeeyoooo!” hoorde roepen. Ik keek met een vragende blik naar Rivka en zij naar mij, om tot de conclusie te komen: heu!?
Een ventje, met een verkeerd geel Hawaii-T-shirt aan en een merkwaardig klein hoofdje, kwam onze richting uit terwijl hij een kar vooruit duwde. “Freeeyoooo!” riep hij opnieuw. Toen hij uiteindelijk vrijwel naast ons stond konden we eindelijk opmaken wat hij riep: “Freeyscooo”. Hij verkocht dus frisco’s. Kleine tip voor de meneer met zijn Hawaii-T-shirt: als je iets duidelijker roept ga je veel meer verkopen.
4) Tot slot heb ik ook ontdekt dat grote lelijke honden die Jupiler heten, en blijkbaar houden van Rivka’s tenen, ongelooflijk goed luisteren naar hun baasje.
Nadat we zo bruin gebakken waren als een sappige biefstuk op een grillplaat, pakten we onze spullen weer bij elkaar. Natuurlijk konden we niet vertrekken uit Oostende zonder nog eventjes met de voetjes in de zee te stappen. Kleine tip: ‘t water is KOOOUD! Er vallen nog steeds stukjes ijs van van enkels. Nene, het viel nog wel mee, maar gaan zwemmen in de Noordzee zou ik toch niet aanraden, al is het maar vanwege de vuiligheid die erin ronddrijft.
Op een overvolle trein (omdat de trein naar Brussel afgeschaft werd o.w.v. een panne aan de bovenleiding) reden we terug naar Gent. Rivka en ik zijn boemvolle treinen wel gewend (elke zondagavond is het van datte) maar de andere passagiers blijkbaar niet. Ze moesten ocharme maar tien minuutjes rijden tot in Brugge (om daar over te stappen), maar ze konden het toch niet laten om steen en been te klagen, of zich gewoon neer te zetten in het gangpad zodat alle andere mensen nog meer als sardientjes gevangen zaten.
Eenmaal terug in Gent was het al ongeveer 8 uur. Een stilaan ondergaand zonnetje verwarmde ons nog steeds toen we iets gingen eten. De lasagna was op, de Ice-Tea leeg, en dus gingen we terug naar ons kot.
Nog een fris doucheke, kwestie van al het zand weg te spoelen, en dan slaapjes doen. Want hoewel we eigenlijk niets gedaan hadden, was ik toch moe. De zon is dus blijkbaar niet alleen relaxerend, maar ook vermoeiend.

ps: Het is uiteindelijk een zeer lange nacht geworden. Ik was keimoe, maar mijn kot-mugje blijkbaar niet. Ze had zo goed haar best gedaan dat ik na een uurtje vol muggensteken stond, die natuurlijk enorm begonnen te jeuken. Zelfs de “after bite soothing gel” had iets van: “Daar begin ik niet aan!”.
Waar is mijn lief kot-mugje nu? Ze ligt met haar pootjes naast haar lijfje en wat platter dan gewoonlijk, lekker te slapen in de vuilnisbak.
1 Reactie tot nu toe
Plaats een reactie
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>
meh. Ik = jaloers

Comment door byeline mei 6, 2008 @ 12:21 pmIkke wil ook zee
En ik heb ook al mijn voeten verbrand. De horror zelve, I know.