Ingedeeld onder: blog
Vanmorgen stonden deze blogmevrouw en ik op het Woodrow Wilsonplein in Gent. Het Woodrow-wat? “De Zuid” voor de vrienden. Niet om naar de bibliotheek in betoneske stijl te staat kijken, maar om de start van Music for Life, live mee te maken.
Om half negen zag het er allemaal maar een beetje triest uit. Zo weinig volk! Misschien zat het vroege uur, de kristalnacht of de broek van Marcel Vanthilt er voor iets tussen, maar wij lieten ons in ieder geval niet afschrikken. We nestelden ons, met onze ietwat bleek uitvallende fototoestelletjes, tussen de persfotografen, en cameraploegen. Om 9 uur was de Zuid toch aardig volgestroomd, al kwam dat vooral door de massa’s koters die samen met hun juf en met veel geschreeuw naar het glazen huis waren afgezakt. Maar hee, zolang ze centjes meebrengen, en geen pipi doen op mijn schoenen, blijf ik tolerant.
Om iets over 9 kwamen Marcel Vanthilt en burgemeester Daniël Termont recht voor onze neuzen staan, om live op één, de drie glazen huis-bewoners te verwelkomen. En hee, ze waren goed op tijd. Marcel was nog niet uitgepraat of de Music For Life-bus kwam al aangereden, met op de achterbank: Tomas De Soete, Siska Schoeters en Sophie Lemaire. Fier, maar ook met een zekere nervositeit in de ogen, stapten ze van de bus, waarna ze meteen door een horde cameramensen en fotografen bestormd werden. Natuurlijk wouden Eline en ik ons meteen in het duw-eens-je-collega-aan-de-kant-debat mengen, maar er zat een strategisch geplaatst politielint in de weg. Dan maar van op een afstand foto’s proberen te maken en hopen dat het resultaat een beetje deftig is.
Tomas, Siska en Sophie waren nog maar net opgesloten of de burgemeester stond al met vijf euro te zwaaien. Hij mocht dan ook de eerste plaat aanvragen. Het werd uiteindelijk War van Bruce Springsteen, een lied over “de niettigheid van oorlog”. Music For Life 2008 was gestart. Dat betekent zes dagen en zes nachten, non-stop radio, binnenstromende centjes, maar vooral veel leute. Op kerstavond wordt de opbrengst van Music For Life in de Vooruit bekend gemaakt. Hopelijk doet Gent beter dan Leuven vorig jaar. Zij zamelden 3 353 568 euro in. Maar ongetwijfeld gaat Gent beter doen. Want zeg nu zelf: Ghent is zoveel wijzer dan Leuven!
De foto’s vind je hier.
Ingedeeld onder: blog
Ik las zojuist op DeRedactie dat zo’n 250 000 inwoners van Oost-Vlaanderen vandaag zonder leidingwater zitten, als gevolg van een lek in een waterleiding. Een ramp! De situatie is zelfs zo erg dat er in zeven haasten een crisiscentrum is opgericht en dat de civiele bescherming begonnen is met het uitdelen van zakjes water. En terecht, want zeg nu zelf: een dag zonder kraanwater is geen pretje! Hoe moet je anders je tanden poetsen, je toilet doorspoelen, de afwasmachine of wasmachine laten draaien, de plantjes water geven, je haar wassen,…? Met flessen-water dan maar? Hup, allemaal naar het warenhuis! Hamsteren dat water! Het zou immers nog een hele dag kunnen duren vooraleer je dat natte ding weer terugziet! Naar de Colruyt in Ninove moet je niet gaan, daar zijn ze al door hun voorraad heen! Naar Gent, Deinze, Zottegem, Lokeren of Aalst dan maar. En haast je, want voor je het weet is ook daar alle Spa, Chaudfontaine en Vittel uit de rekken. Ik wil geen paniek zaaien. Maar zo te lezen is die er al.

foto: De Standaard
‘t Is vreemd hé. Hoe we allemaal zo verknocht zijn aan ons water. Er komt een dagje geen druppel uit de kraan, en een deel van onze dagelijkse routine valt in het water (of net niet). We kunnen plotseling een hele hoop dingen niet meer doen, die we net zo gewend zijn te doen. We voelen ons vies, want we kunnen ons niet wassen, laat staan onze tanden poetsen. We hebben dorst, want de watertank van onze Senseo is leeg. De plantjes beginnen al wat geel te kleuren omdat dat beetje water dat er nog is, verdeeld moet worden onder de leden van het gezin. ‘t Leven is niet makkelijk als je een dag zonder water zit!
Maar wat dan met al die mensen die nooit een druppel water uit de kraan zien komen? Laat staan een drinkbare druppel. In Afrika heeft de helft van de mensen gewoon geen toegang tot, en sterft er elke 15 seconden een kind door het gebrek aan drinkbaar water. Herinnert iemand zich nog de Music For Life-actie van vorig jaar? Ja, die over de problematiek van het gebrek aan drinkbaar water in de wereld. Die actie die half België op de been bracht. Die actie die 3 353 568 euro opbracht. Nee, wij hebben het nu veel erger. Onze kraan schenkt ons één dag geen drinkbaar water. Een ramp! Noodhulp graag! Waterzakjes uitdelen, jerrycans vullen, naar de winkel om flessen water te hamsteren! Want wij hebben ons drinkbaar water NU nodig! Of zoals een van de lustige hamsters het verwoorde: “Ik heb wel drinkbaar water, maar de kuisvrouw is daar, en ze moet nu kuisen, dan moet ik dat (11 flessen van vijf liter water duwde hij in zijn caddie voort, red.) gebruiken hé”.
Toegeven, een dag zonder water zitten is vervelend. Ik zou me er ook aan ergeren. Maar waarom wordt er zo een schaamteloze heisa gemaakt over een gebarsten waterleiding, die wellicht vanavond al weer gerepareerd is, terwijl er elders in de wereld mensen sterven omdat er daar gewoon geen waterleiding is?
Ingedeeld onder: blog
Als je je afvraagt waar ik me de komende weken, tussen de kerstkalkoenen en nieuwjaarchampagnes door, mee bezig ga houden….
07.01.09: examen economie.
10.01.09: examen communicatiewetenschappelijk onderzoek.
19.01.09: examen gedrukte media.
22.01.09: examen encyclopedie van de communicatiewetenschappen.
28.01.09: examen mediarecht.
Ingedeeld onder: blog
Dat enquêteurs vervelende mensen zijn, of althans een vervelende job uitoefenen, wisten we al. Maar dit academiejaar ben ik nog een vervelender soort vraag-ongedierte tegengekomen: de telecom-abonnement-dat-ik-niet-nodig-heb-omdat-het-duurder-is-dan-hetgeen-ik-nu-gebruik-verkoper.
Je kan de Fnac niet binnen gaan of een of andere lelijke verkoper (om de een of andere reden zijn dat altijd lelijke mensen. Vreemd eigenlijk vermits mooie mensen de werkgever in een beter daglicht stellen) van Proximus trekt je bij de sjaal tot aan zijn geïmproviseerd plastieken tafeltje. En dan volgt de meest overdreven vlotte, perfect ingestuurde babbel, van je leven. “Welke telecomoperator heeft u nu? Ha, u bent klant bij Mobistar. Hoe vaak belt u per maand? Ha, u stuurt vooral smsjes. Hoeveel smsjes per dag stuurt u dan? Oh, dat is niet veel. Maar u belt wellicht vaak?” Had ik dat die vraag niet al een beantwoord? “Oh, bellen doet u ook niet vaak. Hoe vaak laadt u uw belkrediet op? Om de paar maanden slechts? En voor hoeveel laadt u dan bij? Tien euro? Echt?” Waarop ik antwoord: Ja, ik bel vrijwel nooit, en sms’en doe ik ook niet zo vaak. Ik heb TempoMusic. Als ik dus twee keer per maand herlaad krijg ik 3000 smsjes. Ik spendeer in die maand dus 20 euro. Dan heb ik een maand de tijd om die 3000 smsjes te gebruiken. Daarna rest me ongeveer nog 20 euro aan belkrediet. Daar kom ik wel een maand of 3 mee toe. Conclusie, ik kom ongeveer 4 maanden toe met 20 euro belkrediet. Omgerekend is dat 5 euro per maand. ”Haja, ik zie het” zei de verkoper. “Maar dan raad ik u aan om bij ons, Proximus, te komen, en een MTV Generation abonnement te nemen. Dan betaalt u 10 euro per maand…”. “10 euro per maand is wel meer dan de 5 euro per maand die ik nu betaal he” onderbrak ik de verkoper. “Haja juist. Goh ja, dan blijf je beter waar je bent” was het verdict na 5 minuten praten een van de irritantste specimen van de al ongelooflijk vervelende telecom-abonnement-dat-ik-niet-nodig-heb-omdat-het-duurder-is-dan-hetgeen-ik-nu-gebruik-verkopers.
Die van Mobistar zijn niet beter hoor, maar zij spelen het tenminste tactisch. Zoals vandaag. Ik wandelde rustig door de Veldstraat tot plots iemand me aansprak met “sir?”. ‘k Ben ondertussen al gewend aan verdwaalde toeristen die in hun beste Engels de weg vragen naar “‘t graaafenstiieen”, en dus wou ik die arme stakkers best helpen. Maar, tot mijn grote verbazing volgende niet “how does us have got to gew toe the graaafeenstieen” maar “Bij welke telecomopperator bent u?” Damn, die verkopers van Mobistar zijn van het slimme soort. Die lokken hun slachtoffer door zich uit te geven als verdwaalde toeristen. “Haa, u bent klant bij ons! Hoe vaak belt u per dag? U stuurt dus vooral smsjes?…” De rest van de vragen ken je ondertussen al wel. Na heel de uitleg over mijn lage gsm-gebruik gedaan te hebben, zouden ze mij, naar eigen zeggen, een schitterend voorstel doen. “Wel, wat zou u er van denken als u maar 4 euro per maand betaalt?” Haa, gingen ze mij, na al die mislukte verkooppraatjes, deze keer dan toch eens een goed voorstel doen? “Wij hebben een formule waarbij u maar 4 euro per maand betaalt. Euuhmm, Liese leg jij dat even uit?” Maar de vragende blik niet helpen. “Goh ja, hoe zit dat weer in elkaar? Moet ik het anders even bellen naar ‘t kantoor?”
Helaas, ik dacht dat ik eindelijk eens slimme telecom-abonnement-dat-ik-niet-nodig-heb-omdat-het-duurder-is-dan-hetgeen-ik-nu-gebruik-verkopers was tegenkomen. Zeg nu zelf, de truc om zich als toerist uit te geven was best geslaagd. Maar dan moeten ze uiteindelijk ook wel iets te vertellen hebben natuurlijk.
Ingedeeld onder: blog
Het is al lang geleden dat ik nog eens een blogpostje gedaan heb eh? Vierentwintig dagen om precies te zijn (als je dat Youtubeke en die Kommil Foo-tekst niet meerekent). Een eeeuwigheid! Waarom? ‘t Is niet dat ik niets te vertellen heb hoor. Ik zou het bijvoorbeeld kunnen hebben over het concert van Cold War Kids in de AB, over de Zesdaagse van Gent waar ik Iljo Keisse veel te vaak heb zien passeren, over de prijs die ik gewonnen heb op de Politeia top 100, over mijn artikeltjes in ‘t Forum, over de belachelijk zenuwachtige docent van dat gastcollege mediarecht, over de voetbalmatch die we spectaculair verloren hebben op de Politeia Cup, over dat ik er aan denk om volgend semester misschien mee te werken aan Schamper, over het concert van The Blackbox Revelation in de Vooruit waar ik naartoe geweest ben, over de opnames van “Stijn en het heelal” van gisterenavond, maar nee hoor, het komt allemaal niet op papier. Hoe heet zoiets? Writer’s block? Eens wikiën:
Writer’s block (uit het Engels) is het tijdelijke onvermogen van een schrijver of componist om tot schrijven te komen.
Het (creatieve) proces dat tot schrijven leidt, verloopt voor een deel onwillekeurig. De schrijver is hierdoor voor een deel afhankelijk van factoren die niet onder zijn controle vallen, hetgeen soms kan leiden tot een (tijdelijk) verlies van inspiratie. Men spreekt enkel over writer’s block wanneer het werkelijk om een flinke tijdsspanne van niet kunnen schrijven gaat. Dit overkwam de schrijver Maarten Biesheuvel gedurende een flink aantal jaren. Wanneer het enkel gaat om een zeer korte tijd (‘de angst voor de witte bladzijde’) gebruikt men de term niet, en evenmin wanneer het gaat om een crisis die terug te voeren is op problemen van ernstige psychiatrische aard, zoals Leo Ferrier en Edgar Cairo die lange tijd gekend hebben. De componist Sergei Rachmaninoff had ook een writer’s block.
Goh, heb ik nu writer’s block of niet? Ik heb wel degelijk geen inspiratie om te schrijven. Maar kan je spreken over een flinke tijdspanne van schrijveloosheid als je vierentwintig dagen niets gepost hebt? Bij echte schrijvers, die van romans en dingen die er toe doen, is dat waarschijnlijk peanuts. Maar voor iemand met een weblog? Dan lijkt vierentwintig dagen een eeuwigheid!
Wat betreft die crisis die terug te voeren is op problemen van ernstige psychiatrische aard…. Wel, zo erg is het met mijn innerlijke zelf nog niet gesteld denk ik. Maar eeh, je weet nooit.
Hopelijk tot binnenkort, met een nieuw blogpostje.


