imtay.


“Voddeke (deel2)”
januari 20, 2009, 7:46 pm
Ingedeeld onder: blog | Tags:

Gisterenavond had ik nog medelijden met het voddeke. Het was er niet meer. Of toch niet meer in originele staat. Maar vandaag is de sympathie voor het milieuvriendelijk zakje volledig verdwenen.

Toen ik vanmorgen wou kijken hoeveel geld ik nog in mijn portefeuille had zitten, kwam ik tot de vervelende vaststelling dat mijn portefeuille me verlaten had. Hij was weg. Maar waar naartoe? Denk, denk. Waar ben ik gisteren geweest? Het voddeke staarde me vanuit de vuilnisbak met een even levenloze blik als gisterenavond aan. Het werkt inspirerend zo een dood zakje. De GB Express! Ik moet mijn portefeuille daar hebben laten liggen, toen ik aan de kassa met het voddeke aan het worstelen was, om mijn bescheiden aankopen erin te proppen.

Na nog een laatste gemene blik naar het voddeke geworpen te hebben, spurtte ik de deur uit, richting GB Express. En hee, hij lag er nog, mijn portefeuille. Allé, het personeel had hem aan de kant gelegd. Wachtend op zijn eigenaar.

 

Gisterenavond had ik nog sympathie voor het voddeke. Het zag er zo zielig uit. Maar vanaf vandaag heeft die sympathie plaats geruimd voor vijandschap. Weg met milieuvriendelijk zakjes! Weg met zakjes tout court! Ik neem in het vervolg wel een lege boodschappentas mee! Maar hee, was dat niet de bedoeling van het afschaffen van de gratis zakjes?



“Voddeke”
januari 19, 2009, 7:31 pm
Ingedeeld onder: blog | Tags: , , ,

Het is algemeen bekend dat ik niet graag boodschappen doe. Niet dat ik mezelf zou verhongeren. Nee dat niet. Maar boodschappen doen stel ik altijd uit tot het niet meer anders kan. Behalve vandaag. Mijn frigo is vol genoeg om de drie dagen die ik deze week op kot ben, door te komen. Maar ik wou mezelf eens verwennen. Op een gezonde manier wel te verstaan. Verwennen met Coca Cola Light Plus en een zak Lays Bakes Sea Salt. Naar de dichtstbijzijnde Express GB dan maar. Die in de Sint-Pietersnieuwstraat. Dat mini-winkeltje waar de rekken veel te kort bij elkaar staan, maar waar je wel alles vindt wat je zoekt.
Met een boek en een cursusmap in mijn tas stond ik aan de kassa. Gepakt, maar niet gezakt. En nee, plastic zakjes hebben ze niet in de GB Express. Je moet er naar vragen. En met een beetje geluk geven ze je er dan eentje. Of beter gezegd, ze scannen je een zakje, en ze geven je er eentje. Je moet er voor betalen. “Dat is goed voor het milieu”. Je belast het milieu met zo’n zakje, dan moet je er ook maar voor betalen. Ik heb daar geen problemen mee. Maar ik zou het wel appreciëren dat ik dan ook een echt zakje kreeg. Zo een waar je dingen in kan stoppen, zodat je ze makkelijk mee naar huis kan nemen. Niet zo’n voddeke zoals ik in de GB Express kreeg. Of beter gezegd, niet zo’n voddeke zoals ik in de GB Express kocht. Je kent ze wel: de milieuvriendelijke zakjes. Die zakjes die zo wat vreemd aanvoelen. Die zakjes die veel te klein zijn en bij het minste gewicht scheuren. Maar vooral, die zakjes die bij de lichtste regenval meteen doen waar ze voor gemaakt zijn: vergaan!

Daar stond ik dan. In de regen. Mijn sixpack Coca Cola Light Plus in het inmiddels half gescheurde voddeke gewikkeld, en mijn zak Lays Baked Sea Salt in mijn tas gepropt omdat het wannabe zakje veel te klein was. Ik was de straat nog niet uit of het voddeke was al in een vergevorderde staat van ontbinding. Het zou nog een lange weg worden tot mijn aan kot, maar ik haalde het nog net. De deur van mijn kot was nog niet toe toen het voddeke zijn (of haar) laatste zucht uitblies. “Rest In Peace. Na een lange weg heen gegaan.” Meestal is de dood een triest moment. Maar het voddeke was al lang aan het aftakelen. Zijn dood was voorzien. Dat helpt. Al bij al, het blijft een triest moment. Laten we daarom even stilstaan bij de dood van een zwak, niet door iedereen geliefd, maar milieuvriendelijk zakje.

190108-voddeke

…Zucht….



“Vreemde verjaardag”
januari 7, 2009, 10:43 pm
Ingedeeld onder: blog | Tags: , , , ,

Het zit erop. Mijn tienerjaren zijn voorbij. Ik word volwassen (uhum)! Gisteren ben ik twintig geworden. Een nieuwe voordeur zoals ze zeggen. En eigenlijk was ik de oude nog niet beu. Maar ach, een beetje verandering kan nooit kwaad. Maar eigenlijk heb ik mijn overstap naar de twintigerjaren niet gevierd. In tegendeel. Ik heb zowat alles gedaan wat je normaal nooit op je verjaardag zou doen. Zoals daar zijn:

Studeren

Mijn tienerjaren mogen er dan wel op zitten, de studiejaren nog niet. In de middelbare school was op 6 januari verjaren best aangenaam. Meestal viel die datum in de laatste week van de kerstvakantie. Een laatste feestuitspatting dus, vooraleer het akelige gerinkel van de schoolbel terug een bekend geluid werd. Op de universiteit ligt dat enigszins anders. Ten eerste hebben ze daar geen schoolbel. Ten tweede vallen de examens daar na de kerstvakantie. Mijn verjaardag is dus sinds vorig jaar geen gelegenheid meer voor een zot, zat en zorgeloos feestje. Nee, je moet studeren! De volgende pagina na de vorige (liefst in die volgorde). Je moet wel, of je komt er niet. Dan mag je in augustus weer van voorafgaan beginnen. En dat wil je niet!
Het toeval wil, mijn eerste examen viel vandaag, op 7 januari. Er was dus gisteren, hoewel het mijn verjaardag was, totaal geen reden tot feest. Het enige vreugdedansje dat me toegelaten was vond plaats bij het omslaan van de laatste pagina uit “Economie Toegelicht”. Een afschuwelijk boek, met veel te veel woorden die ik niet snap. Gewoon een boek met veel te veel woorden, punt! Maar hee, het zat erop. Het laatste woord geleerd, en niet begrepen. Een vreugdedansje was op zijn plaats! Hoewel, er stond me nog een waanzinnig vreemde verjaardagsopdracht te wachten.

De tandarts

Vorige week begon er in mijn mond iets pijn te doen. Ik dacht meteen aan dat stukje egel bij het avondeten, de dag ervoor. Zo’n beestjes durven af en toe wel wat stekeltjes achterlaten wanneer je ze met veel geslikt je slokdarm laat binnenglijden. Maar na een grondige mondinspectie was er van achtergebleven stekeltjes geen sprake. “Maar beëlzebul, wat is dat? Een klein gaatje?” Daar was ie dan, de schuldige. Vrijgesproken door het hof der tandenberoep! Klaar voor meer onheil. Een procedurefout? Dat komt wel vaker voor. In ieder geval, ik moest voorkomen dat Carry, zoals ik hem genoemd had, voor nog meer problemen zou zorgen. Ik ging gisterenochtend dus naar de tandarts. Een afspraak maken voor volgende week. Maar er was dezelfde dag nog een gaatje vrij (flauwe woordspeling). “Om half 3 meneer, is dat goed voor u?” Het kwam even in me op dat het verjaardagsgewijs toch niet verantwoord was om diezelfde dag nog naar de tandarts te gaan. Maar voor ik het wist, hadden tong en stembanden al een deal gesloten met de tandartsassistente. “Ok, dat is goed”.
Om half drie zat ik daar, bij de tandarts. Ze moest er om lachen. Ik was haar eerste patiënt die zichzelf een tandartsbezoek cadeau deed voor zijn verjaardag. Na een klein uurtje was Carry opgespoord, gearresteerd en dichtgestopt. “Dat zou moeten helpen”, zei ze. En met een glimlach zoals alleen een tandarts die heeft, voegde ze eraan toe: “Dat is dan 65 euro alsjeblief.”

Sneeuw, maar weinig sneeuwpret

Het leek alsof God, Godin of ALF me goed gezind was. 6 januari was een dag vol vrieskou en sneeuw. Veel sneeuw. Ik ben een fan van sneeuw. Zeker als die wit is. Want was is er nu leuker dan goed ingeduffeld met sjaal en muts, door een tien centimeter dikke laag krakend, met Dash-gewassen poeder te lopen? Er gevechten in houden! Heuse sneeuwbalgevechten. Die soort waarin er gewonden vallen, tenen afvriezen en longontstekingen ontstaan. Maar jammer en helaas: dat zat er niet in gisteren. Die examens weet je wel. Ziek worden of de pijn van afstervende tenen verbijten, helpt je niet als je moet studeren. De enige sneeuwpret die ik dus heb mogen meemaken gisteren, was de honderd meter lange wandelafstand van thuis naar de tandartspraktijk, en terug.

Gent-Sint-Pieters, ik dacht dat ik je nooit meer zou zien

De avond was gevallen, het avondeten verteerd, de valies gepakt. Daar stond ik dan, gepakt, gesjaald en gemutst, klaar om te beginnen aan de weg richting het eerste examen. Gelukkig had mister global warming een verlofdag. De sneeuw was blijven liggen. “Wiii, nog een additionele zeshonderd meter minimale sneeuwpret”. Hoewel, zo’n pretje was het niet om mijn aan sneeuwvreeslijdende valies op wieltjes over, of beter gezegd dòòr, de sneeuw te sleuren. Ik vreesde te laat te komen. Maar eeh, het was mijn verjaardag. Take-it-easy! Trouwens, waarom moest ik me haasten. De trein had waarschijnlijk toch een bijkomende vertraging van een half uur op de gewoonlijke vertraging van een kwartier. Je weet het of niet, maar sneeuwvrees komt het vaakst voor bij treinen, of alleszins hun bovenleidingen. In Leuven was er gisteren zelfs een bovenleiding die zo’n angsten had doorstaan dat hij er echt kapot van was. Een gebroken kabel met andere woorden. Maar nu moet je weten, zo één gebroken kabel zorgt in België voor een enorme kink in het globale treinkabelnetwerk. En wat bleek, de kinkhersteller was samen met mister global warming op vakantie. Naar Panama heb ik me laten vertellen, maar dat bleek achteraf slechts een gerucht te zijn.

In ieder geval, die vijfenveertig minuten vertraging die ik voor ogen had bleken zwaar onderschat. Om kwart voor acht stonden Stef en ik op het perron toen de stationschef lichtelijk geïrriteerd omriep: “Er rijden geen treinen richting Leuven…”. Om de een of andere reden dacht ik dat er nog verdere informatie zou volgen, maar helaas, het werd akelig stil na dat ene zinnetje. Dan maar snel terug naar binnen en eens aan het loket gaan vragen wat er aan de hand is. “Ik weet van niets! Ik kan u alleen maar zeggen wat er op het scherm staat (een scherm dat trouwens nog een trein verwachtte die twee uur te laat was). Ik mag zelfs niet meer bellen naar de dispatching. Niemand zegt me hier iets!” Ik had met de arme man te doen. Hij leek een beetje op een kindje dat graag met de bal speelt, maar van de andere kindjes niet mag meevoetballen. Uitgestoten en uitgesloten. Of hebben de in der haast opgetrommelde kinkherstellers en dispatchers ook zoiets als een doktersgeheim? “We mogen niet zeggen wat er scheelt met het treinverkeer! Dat is geheim! Nà!” Na een uurtje, in het ongewisse gelaten, wachten in het station kwam er gelukkig toch een trein die met zijn neus naar Gent wees. Of hij er ook ooit zou raken was een ander paar wollen mouwen.
De rit liep verbazingwekkend vlot. Tot in Leuven. Blijkbaar had ook onze trein gehoord van de verschrikkelijk kabelbrekende vrieskou en sneeuw in Leuven. En zoals ik al zei: treinen hebben vaak last van sneeuwvrees. Hij weigerde verder te rijden. “Hee, in het tochtkoet van Leuven kom ik vandaag nie ze! Voor geen olieonderhoud van de wereld!” Na een anderhalfuur durende psychiatrische sessie met de beste treinpsychologen ter wereld, begon onze trein terug te rijden. Stapvoets, maar hij reed. Je moet je angsten met kleine stapjes tegelijk overwinnen. “Neem gerust je tijd” had een van de treinpsychologen gezegd.

Het was al half 11 toen we in het station van Leuven stopten. Bijna twee uur waren we al onderweg. Maar we waren er geraakt! Vanaf nu zou het vlotjes gaan. Dat dacht iedereen. Maar helaas. Net voorbij het station van Leuven besloot de algemene locomotievenvereniging het werk neer te leggen. Daar stonden we dan. Met drie treinen naast elkaar, te wachten. Het zou een korte actie worden. Genoeg om het protest tegen de lange werkdagen bij zo’n vrieskou duidelijk te maken. Maar na een uur stonden we daar nog.
Na een nieuwe CLO (collectieve-locomotief-overeenkomst) konden we dan eindelijk vertrekken. En gelukkig, vanaf nu liep het treinverkeer vlot. Die ongeplande stop in de metropool Erembodigem zette nog even kwaad bloed, maar na twee en half uur stilstaan lijkt een ritje van anderhalf uur niet meer zo lang. Het was bijna 1 uur toen we eindelijk ons geliefde Gent-Sint-Pieters terugzagen.

Zoals de klok het al liet uitschijnen, mijn verjaardag was voorbij. Het was al 7 januari. Vandaag dus. De dag na 6 januari. De dag na mijn verjaardag. Bij de meeste is dat een dag om terug te blikken op de vele cadeautjes die je gekregen hebt, je toegenomen welvaart waar te nemen, of gewoon de hopen taart verder te verteren. Bij mij niet. Ik heb het hatelijkste vak ter wereld gestudeerd en ik ben naar de tandarts geweest. En alsof dat nog niet genoeg was, ben ik vijf uur onderweg geweest naar Gent. Maar hee, die taart verteren, die cadeautjes overpeinzen en die toegenomen welvaart tellen laat ik allemaal over voor komende maandag. Want zondag komen die cadeautjes en centjes er (hopelijk). Dan komt de familie op bezoek. Of zoals ik ze op mijn verjaardag graag noem: the little piggy banks!