Ingedeeld onder: blog
Als je denkt dat de droom om de Olympische Spelen naar België te halen nog springlevend is, en dat men daarom een Olympisch zwembad aan het station aan het bouwen is, heb je het mis. Hoewel de immense krater die je er vindt ideaal zou zijn om met water te vullen en er het etiket ‘zwembad’ op te kleven, is men er toch vanplan wat anders te bouwen: een nieuw station.
De komende jaren wordt er beetje bij beetje gebouwd aan de uitbreiding van het station Gent-Sint-Pieters. Als je nog van een uitbreiding kan spreken tenminste, want het grootste station van Gent, en haar omgeving, zal er anno 2017 helemaal anders uitzien. Ze wordt stukken groter, moderner, praktischer, kortom: alles wat een van de belangrijkste stations in België moet zijn. Ben je benieuwd naar de plannen? Bekijk dan onderstaand filmpje.
Ingedeeld onder: blog
Het academiejaar is opnieuw begonnen. Dat betekent dat je (eventueel / als je zin hebt / als het niet te hard regent) terug naar de les moet. Moet of mag? Want in de communicatiewetenschappen (2eBach) is een uur les dezer dagen even zeldzaam als een straaltje zonneschijn. Je hunkert er bijna naar om in dat muffe en oude auditorium (met de ietwat slecht gekozen naam: ‘Nieuwbouw II’) je broek te gaan verslijten. Het is al donderdag. De één, twee, drie, vierde dag van de week. De vierde dag van de week en ik ga straks mijn tweede, en tevens laatste, uurtje les tegemoet. Ik heb me deze week dus niet overwerkt! Integendeel, uitslapen was de voorbije dagen een must om de dag door te komen. Uitgebreid boodschappen doen en koken, poetsen, teevee-kijken en naar buiten staren hielp ook. Regendruppels tellen bleek na enkele uren verveling ook best amusant te zijn.
Maar er is beterschap op komst. Vanaf volgende week komen er een paar vakken bij op mijn curriculum. Alles bij elkaar zou ik per week dan toch zo’n negen uur bezig moeten zijn met ongeïnteresseerd naar professoren zitten luisteren. En hee, binnenkort komt daar nog een werkcollege bij. Een WERKcollege! WOEHOE!
Toegegeven: ik heb weinig les. Schandalig weinig zelfs! Ik ben daar, raar maar waar, niet echt blij om. Want wat doe je zo’n volledige dag? Het kothouden (check). ‘Gezonde’ stadwandelingen maken (check). Sporten (check). Vooraf al eens een hoofdstuk in je cursus doornemen (check). Maar wat doe je nadat je in een kraaknet kot, uitgeput en hevig kuchend van de ‘gezonde stadslucht’, de laatste bladzijde van je cursus hebt omgeslaan?
Daarom ben ik opzoek naar hobby’s. Ik heb me ondertussen al ingeschreven voor een cursus photoshop, tennislessen en ook Schamper kan vanaf vandaag op mijn medewerking rekenen. Als je nog leuke hobby-ideeën kan aanreiken: be my guest!
Ingedeeld onder: blog
Twee maanden geleden plaatste ik hier een to do-lijstje. Examens weet je wel. Mocht je je afvragen hoe ik het er uiteindelijk vanaf heb gebracht:
economie: 11
communicatiewetenschappelijk onderzoek: 14
gedrukte media: 12
encyclopedie van de communicatiewetenschappen: 13
mediarecht: 13
Ingedeeld onder: blog
Sint-Truiden doet de laatste maanden zijn uiterste best om origineel uit de hoek te komen. Tijdens de kerst- en nieuwjaarsperioden doken er in verschillende winkels kartonnen nep-agenten op, die de naar kerstcadeautjes zoekende mensen een veiliger gevoel moesten geven. Sint-Truiden haalde er zelfs de binnen- en buitenlandse pers mee. Zeg nu zelf, in welke andere stad bewaakt een politieagent van karton de straten?
Gisteren lanceerde het stadsbestuur nog een ander maf idee om de stad aangenamer te maken. Deze week worden er drie urinoirs in het centrum van de stad geplaatst. “Bwa, je vindt dat toch in elke stad?” zeg je dan. Wel, in Sint-Truiden zijn zelfs de urinoirs een beetje speciaal. Ze zijn gelukkig niet gemaakt uit het hetzelfde karton als die agenten (stel je voor). Nee, ze verdwijnen! Soms staan ze er, soms staan ze er niet. ‘t Is niet dat ze gaan lopen ofzo. Nee, ‘s avonds rijzen ze als grote grijze paddestoelen uit de grond. Alleen ‘s avonds, want overdag plassen Truineers niet. Zeker niet op straat.
Volgens schepen Johnny Vangrieken zijn de UriLifts (zoals de verdwijnende urinoirs heten) een must. “Sint-Truiden heeft een actief nachtleven waarin veel alcohol geconsumeerd wordt. Wildplassen is daarom een structureel probleem” (HBVL). Ik vraag me wel af waar en wanneer dat actief nachtleven dan plaats vindt? Vorige week zaterdag was er ‘s avonds in het centrum van Sint-Truiden geen kat (laat staan een mens) te bespeuren. En dat is een fenomeen dat ik de vrijwel elke keer ik ‘s avonds laat in het centrum ben vaststel. Maar goed, er zullen ongetwijfeld (?) studies verricht zijn die de noodzaak aan urinoirs bekrachtigen. Of die urinoirs dan ook meteen moeten kunnen verdwijnen en verschijnen is een ander paar mouwen. Kunnen ze niet gewoon bovengronds blijven staan? Het lijkt me zo een geldverspilling om urinoirs te plaatsen die alleen ‘s avonds gebruikt kunnen worden. Er loopt dan toch niemand over straat. En de mensen die in een van de weinige uitgaanscafés zitten, kunnen daar toch ook naar het toilet? Door ze overdag ook gewoon bovengronds te laten staan kan iedereen die Sint-Truiden bezoekt ook gebruik maken van het nieuwe comfort-hebbeding. Ik denk bijvoorbeeld aan toeristen of shoppende mensen die het niet zien zitten om een café binnen te lopen en daar vlug iets te drinken om enkel naar het toilet te kunnen. Neen, in Sint-Truiden verschijnen de urinoirs als er weinig volk over straat loopt, en verdwijnen ze weer wanneer ze door veel mensen gebruikt kunnen worden.
In ieder geval: in de grond verdwijnende urinoirs zijn iets speciaals. Iets wat ze niet overal hebben. Iets waardoor Sint-Truiden nog eens in het nieuws komt. En is dat niet de bedoeling nu het Katarakt-seizoen er weer zit aan te komen?
Ingedeeld onder: blog
‘t Is al lang geleden dat ik hier nog eens geweest ben. Te lang misschien. Er valt dan ook niet veel te vertellen. Misschien dit:
fin des examens

foto door Hanne Lefevre - Schamper
Gelukkig had ik geen examen Frans. Het zou niet goed gekomen zijn. ‘k Ben zelfs niet zeker of dit titeltje juist geschreven is. Geef mij dan maar ‘gedrukte media’. Of beter nog: ‘encyclopedie van de communicatiewetenschappen’.
Ze zijn over het algemeen goed gegaan, de examens. Mijn geheugen liet me alleen wat in de steek bij de meerkeuzevragen bij economie, de actua-vragen bij mediarecht en het examen communicatiewetenschappelijk onderzoek in zijn geheel. Hoewel dat laatste….. Ik kende die cursus vanbuiten. Woordje per woordje, berekening per berekening, schrijffout per schrijffout (een voorbeeld: ‘garbidge in is garbidge out’). Toch was het een verschrikkelijk examen. Het meerkeuze-gedeelte had een compleet ander concept dan verwacht en de open vragen waren, euhm… te talrijk. Het waren alles bij elkaar zeven vragen. Doenbaar denk je dan. Maar op een anderhalf uurtje tijd is dat best veel. Toen de assistente (aan een nog volle aula) verkondigde dat we nog een kwartiertje de tijd hadden, heb ik mijn geheugen nog een versnelling hoger geschakeld. Drie open vragen op een kwartiertje oplossen,… dat is haast-werk. En je weet het: ‘haast en spoed is zelden goed’. Laat deze keer dan een uitzondering zijn.
Uitgeput en hongerig reed ik woensdagavond naar huis. Het was vakantie! Niets doen! Een hele week lang. Alleen jammer dat ik vrijdag al om zeven uur moest opstaan.
autorijden
Het is er eindelijk van gekomen. Eén voet op de koppeling, de andere op het gaspedaal. De handen op het stuur (op 3 en 9 natuurlijk) en een geconcentreerde blik vooruit. Ik heb met de auto gereden! En wat voor een auto! In mijn gedachten leek ik aan het stuur te zitten van een Audi R8 of een Aston Martin DB9. Zo’n auto’s waar je zonder dat je het weet 200 km per uur mee rijdt. De realiteit was echter een beetje anders. Ik zat aan het stuur van een Ford Fiesta. Een Ford Fiesta met een raar geel
bord er boven op, beplakt met VAB-stickers en een chauffeur die aan de verkeerde kant zat. Het mag dan wel geen Ferrari 430 Spider zijn, die Ford Fiesta is een goed beestje. Niet te groot, niet te klein, niet te snel, niet te traag. En een dieselmotor. Ideaal om mee te leren rijden dus, want dat valt zo moeilijk stil.
Het gaat goed, dat autorijden. Vrijdag maar een keer of drie stilgevallen (en gisteren helemaal niet meer), keren in de straat is een makkie en 120 km/u rijden is niet zo griezelig als verwacht. De ring rond Hasselt ken ik ondertussen ook al vanbuiten. Volgens Freddy, de instructeur, ben ik een van de betere leerlingen die hij ooit al heeft gehad. Als dat geen ego-boost is.
Ik heb er ondertussen al zes uur rijles op zitten. Op twee dagen. Vrijdag vier uur, gisteren twee uur. En zo varieert dat over de rest van de week. Met een beetje geluk (lees: zonder ongelukken) heb ik dan zaterdag mijn 20 uur les erop zitten en kan ik mijn voorlopig rijbewijs gaan ophalen.
geen DB9 maar een D90
Ik mag dan wel geen Aston Martin DB9 besturen, een D90 heb ik wel al in handen gehad. Meer bepaald, een Nikon D90. Mijn nieuwste speelgoed. Het verjaardagscadeautje aan mezelf. ‘k Zou je nu uitgebreid de specificaties kunnen opnoemen enzoverder, maar er zijn mensen die dat beter kunnen dan mij. Dus lang leve youtube en vimeo. De eerste foto’s met mijn D90 zullen hier waarschijnlijk binnenkort wel verschijnen.
review:
Nikon D90 moviemode: ‘Pizza with the Nikon D90’:
1 D90. 2 777 photos. 30 days:





